°°° catleehn

Ik meng me in de massa. Hoofden golven voort in verschillende ritmes. Kopje onder. Terug boven. Enzoverder. Totdat in de verte het geruisloos ontstoken vuurwerk uiteenspat in alle denkbare richtingen. Er zijn er zelfs die terugkeren, die plonsen tegen de stroom in. Ze blijven langer onder en bewegen zich van links naar rechts of omgekeerd. Zo herkent men ze. Ik negeer hen. Ik kijk enkel naar de sinusbeweging van de kapsels voor me. Interessant. Ik zie ze in alle mogelijke vormen en kleuren, die kapsels. En toch is er niet één dat lijkt op dat van mij. Dàt maakt mij uniek.

Op twaalf januari veranderde ik mijn kapsel. Een zondag. Ik kan me de datum precies herinneren omdat ik de dag ervoor – elf januari – een tondeuse kocht ter gelegenheid van mijn verjaardag (dertien januari). Ik besloot, bij wijze van verandering in mijn leven, ieder jaar mijn lichaamshaar compleet te verwijderen. Zo zou ik er jaar na jaar fris en verzorgd uitzien op de dag dat ik weer een jaartje langer had geleefd. Ik doopte het ‘ode aan mezelf’ en begon opgewonden aan de eerste ontharing. De geoliede mesjes schoven over mijn huid, die hier en daar rode striemen vertoonde. Na een tijdje werd het apparaat warm, wat op de gevoeligste plaatsen van mijn lichaam voor schokkende effecten zorgde. Maar ik gaf niet op. Ieder pluisje, ieder sprietje, ieder hardnekkig van positie verspringend lokje. Ik zou ze allemaal elimineren. Eén keer per jaar. Voor mijn verjaardag. Dat zou me uniek maken. Dat mààkt me uniek.

Een tegenligger duikt op uit de ruggenzee. Ik stop. Kijk hem recht in de ogen. Hij kijkt weg. Achterliggers lopen ons in korte bochten voorbij. Ik kijk. Hij niet.

‘Friek!’ snauwt hij, maar ik versta hem niet. ‘Friek!’

Ik draai met mijn ogen en vind opnieuw de zijne. Nu kijkt hij ook. Er zit iets angstaanjagends in zijn blik, maar mij krijgen ze niet snel bang. Ik glimlach zoals ik dat doe naar een rottweiler die me het schuim op zijn tanden toont: kalmerend. Mijn manoeuvre mist zijn effect.

‘FriekFriekFriekFriekFriek! Friek!’ Zijn oogbollen rollen tot op zijn kaken en hij knalt zijn vuisten op een veel te klein hoofd.
Ik zet een stap opzij en vervolg mijn af te leggen weg.

Eén keer per jaar ontharen. Verder niets. Dat is mijn concept.

Het is december en ik meng me in de massa. Niet één is zoals mij.
Af en toe een tegenligger. Blikken alsof ik stink.

De massa verdraagt geen unicum.

Advertenties

°° deevie

Water.
Ik drink water. Omdat ik water verlies. Ik lek. Zo zou je het kunnen omschrijven. En daarom drink ik. Water.

Dorst heb ik zelden. Ik eet geen zout en ik zweet niet. Mijn behoefte is minimaal. De noodzaak des te groter.

Het lek is onzichtbaar. De vluchteling ook. Daarom lijk ik normaal. Maar niets is minder waar. Daarom schrijf ik dit. Omdat alleen ik het weet. Omdat alleen ik weet wat water met een mens kan doen. Onzichtbaar.

Maar ik heb me er bij neergelegd. Wat onzichtbaar is zal mij niet kapotmaken.

Ik drink gewoon. Ik vul mezelf. Als een emmer met een gat. Een onzichtbaar gat. En het water dat eruit verdwijnt.

Ik relativeer. De spreekwoordelijke druppel is mij onbekend.

Ik ben niet ziek. Mijn noden zijn verschillend. En drinken is een werkwoord.

Ooit stop ik met ademen. En komt de lucht vanzelf naar binnen. Onzichtbaar. Dan leef ik toch ook. Een omgekeerd lek. Zo zou je het kunnen omschrijven.

Ik drink adem.
Adem.

° jaan

Ik staar door het raam naar wat voorbijgaat. Naar voorbijgangers. Naar mensen.

Ik staar naar mensen door het raam. Mensen die voorbijgaan. Die blijven staan. Die staren. Staren naar mensen. Op de trein. Mensen naast mij. Naar mij.

Ik staar naar mensen in het raam. Mensen naast mij. Naar mij. Soms. Staar ik.

Ik staar naar ramen die voorbijgaan. Etalages.

Vergaarbakken van verbeelding. Herhaling. Verveling.

Ik staar graag. Maar liefst sluit ik mijn ogen. Dan staar ik naar de binnenkant van mijn oogleden.

Ik staar naar beelden die verwateren. Naar gaten. Gaten die verwateren tot tranen. Condens op de ramen. Verwaterde gelaten. Van voorbijgangers. Die me gelaten aanstaren.

Ik staar dagenlang. En dan. Slaap ik tot de dageraad.

Herhaling. Herstaring. Herslaping.